|
<<<<<<<>>>>>>>
HOME
DRUK WERK
KINDEREN
2
NOACH
NU
ERNSTIG
ELISABETHS
KEUZE
ONZE
SPONSOR
OUD-NEDERLANDSE
LIEDEREN
VRIENDENLINKS
DICHTCURSUS
| |
Uit de serie: dichten voor workshops en
dichtersclubs.
Het
simpele rijm en
wat daarbij komt kijken auteur:
Jan Huijsen |
dichten
is
spelen met woorden
Door middel van gedichten heeft de mens door de eeuwen heen zijn
gevoelens vertolkt. Gezangen van liefde en leed, blijdschap en
droevenis,
verlangens en vervulling werden eerst aan het
papyrus, later aan het
perkament en nog later aan het papier toevertrouwd.
WAT IS DICHTEN
In de strikte zin, het in een strak keurslijf van woorden en ritme je
gedachten
aan het papier toevertrouwen. Zo was het in de
grijze oudheid en zo is het
heden ten dagen nog.
De dichter ziet iets dat hem boeit, raakt in een
bepaalde situatie verzeild of
heeft een indringende gemoedservaring. Die ervaring
of situatie dwingt de
dichter zich te uiten in de hem geëigende vorm.
Zo zijn er dichters die zich
altijd uiten door middel van het sonnet. Anderen beperken zich in hoofdzaak
tot het gewone rijm en weer anderen
zetten hun gedachten op het papier
zonder zich om rijmwoorden of ritme te bekommeren. Je zou kunnen zeggen;
er zijn net zoveel dichtvormen als dichters! Met evenveel reden zou je ook
kunnen zeggen; Dichten is spelen met woorden!
Welke dichtvorm
is nu gemakkelijk en welke moeilijk? Er zijn dichters die bij het
gewone, strakke
rijm uren zitten te zweten op een rijmwoord terwijl in die zelfde categorie
andere
dichters zijn die in een verloren kwartiertje twee of meer gedichten
neer-
pennen zonder ook maar een rijmwoordprobleem te kennen. Een gedicht dat
met een vloeiende pen is geschreven behoeft
beslist niet onder te doen
voor een gedicht dat vele uren of dagen zweetwerk heeft gekost.
Hetzelfde
geldt voor de beantwoording van de vraag: Wat is nu een echt gedicht, een
licht en luchtig niemendalletje of een zwaarwichtige
overpeinzing? Wie
die vraag kan beantwoorden mag het
antwoord geven. Vondel met zijn
Gijsbrecht van Aemstel is zeker niet meer bekend dan Annie
M.G. Schmidt
met het Beertje Pippeloentje. Beiden waren het grote poëten al lag hun
stijl
even ver uit elkaar als er tijd lag tussen het leven van de een en de ander.
De hierna volgende verhandeling laat die dichtvormen zien die als uitgangs-
punt het rijmwoord hebben, gekoppeld aan het
aan het rijmritme. Elk van
deze vormen heeft zijn eigen bekoring en telt dan ook honderduizenden
beoefenaars.
Vaak zijn gedichten slechts actueel in de perioden waarin ze gemaakt worden,
denk hierbij aan de politieke gedichten. Een voorbeeld hiervan is het liedje
dat
Wim Kan zong: Lijmen Jan, lijmen met z'n allen.
De schrijver van het dicht
werk is nog wel bekend, maar van de
inhoud van het vers wordt door bijna
niemand nog iets begrepen. Andere gedichten hebben het eeuwenlang uitge-
houden. Bekend als zodanig zijn de psalmen van David, plm. 1000 voor Chris-
tus en van later tijd, de gedichten van Joost van den Vondel ( 1587 tot 1679
na
Chr. ).
Nu is voor het gevoel van de meeste mensen het ene gedicht meer gedicht dan
het andere. Zo is een rijmend gedicht voor velen vaak gemakkelijker te
begrijpen
dan een niet rijmend, atonale, gedicht.
Het volgende gedicht op de lente spreekt echter de lezer meer aan:
LENTE
Bloesems, vogels, blauwe luchten,
donkere wolken die voor het licht vluchten.
Tedere liefde die het duister ontvliedt
en in elk lichtpunt een zonnestraal ziet.
Wijde verten, blauwe meren,
zwermen vogels die huiswaarts keren.
Een eend met haar kuikens bevolkt de sloot.
Hoera het is lente, de winter is dood.
De rijmende zinnen zijn hier het herkenningsteken; luchten-vluchten.
sloot-dood.
Het bovenstaande gedicht heeft een gepaard rijm. Dat wil
zeggen; de eerste zin
rijmt op de tweede en de derde op de vierde. In de literatuur wordt dat
aldus geschreven; a.a.b.b, a.a.b.b. Een andere rijmvorm is het gekruist
rijm, geschreven als; a.b.a.b, a.b.a.b. Het gedicht Meizang, van Staring is
hier
een bekend voorbeeld van.
MEIZANG
't Is lente, lente!
Het feestgeschal
Van "Lente! Lente!"
Klinkt overal!
Hoe geurt de wasem
Der berkenspruit!
Hoe zacht is de asem
Van 't vriendlijk zuid!
We hebben nu al twee-rijmvormen gezien te weten; gepaard rijm a.a.b.b en
gekruist rijm a.b.a.b. De volgende twee rijmvormen zijn het omarmend rijm;
a.b.b.a en het overspringend rijm; c.d.c, d.c.d.. De combinatie het omarmend
rijm en het overspringend rijm vindt men als regel terug in de Sonnetten.
Het Sonnet is oorspronkelijk een lyrische dichtvorm uit de middeleeuwen
Een sonnet bestaat uit twee kwatrijnen en twee terzinen met als rijmschema ;
a.b.b.a, a.b.b.a, c.d.c,/ d.c.d. of e-f-e Op deze kwatrijnen en terzinen kom
ik
later nog terug bij andere rijmvormen In het volgende Sonnet
zien we
beide rijmvormen verwerkt.
SONNET
Schoon is het letterkundig denken,
dat het met metrum en een rijm,
het volk dat daarbij valt in zwijm,
in luttel tijdsbestek een echt sonnet kan schenken.
Welk 'n niet geleerd, geacht persoon
ziet kans om met slechts a.b.b.a,
dit laatste niet verwant aan algebra,
de letteren te zetten in een gewenst patroon.
Vermoeid, het denken valt niet mee,
vindt men de juiste mooie zinnen,
gevat in het raamwerk c.d.c.
Wie aan 't sonnet durft te beginnen
ervaart de tegenstand alreê,
van de kwatrijnen en terzinen
Weer een andere rijmvorm is het eindrijm. Deze rijmvorm ziet men het meest
in
de Sint Nicolaasgedichtjes. Het rijmt, maar de inhoud is meest van generlei
waarde. Een bekend voorbeeld daarvan is:
De Sint die liep te denken
wat hij Kareltje moest schenken.
Hij zei daarom vol gein
ik geef hem een spoortrein.
Het rijmt als een gepaard rijm aabb, maar het ritme is meestal zoek.
Nu krijgen we het staf- of beginrijm ook wel genaamd de alliteratie. Deze
rijmvorm gebruikt de beginletters van de beklemtoonde worden in een zin.
De bekenste regels in deze rijmvorm zijn wel:
Lientje leerde Lotje lopen langs de lange lindenlaan.
In weer en wind, in rep en roer.
en ook de bekende regel uit het gedicht van Guido Gezelle;
O 't ruischen van het ranke riet.
Bij het binnenrijm zijn het de klanken binnen dezelfde regel die rijmen,
zoals bijvoorbeeld in de volgende vers.
GEDICHT
Ik zou willen dichten
een gedicht vederlicht,
over het grijs in je haren
en je lieve gezicht.
Ook in het dubbelrijm zijn het de klanken binnen de regel die rijmen en wel
van twee opeen volgende woorden of lettergrepen zoals in de volgende
gedichten.
PLANTEN
"Ik plantte planten,"
riep de tuinman blij van zin
"en tussen al die planten
plantte ik een roosje in."
LATER
Later, zei hij, later, later.
Nu is het nog veel te vroeg.
Later zal je ook erkennen;
juist op tijd, nog vroeg genoeg.
Een vrij moeilijke rijmvorm is het kettingrijm waarbij het laatste woord van
een
zin rijmt op het eerste woord van de volgende zin. Een voorbeeld van deze
rijmvorm is:
Een tuin vol met bloemen,
meizoenen in het groen,
doen als diamanten, stralen
dalen als een blij festoen
In het staand rijm kennen we het mannelijk- en het vrouwelijk rijm
In de mannelijke rijmvorm eindigt een regel in een beklemtoonde lettergreep,
zoals in
In elke mens ziet hij een superbeest
begaafd met hersenen en geest
In de vrouwelijke rijmvorm eindigt de regel op een toonloze lettergreep
zoals in;
Laten wij niet altoos wenen
om het verlies van al degenen
In het gedicht SLAKKENHUIS komen we beide rijmvormen tegen.
Een klein beetje slak die draagt op zijn rug
zijn eigen huis weg en ook weer terug.
Dat is heus wel handig, hij is altijd thuis
ook al is ie soms wel vijftig meter van huis.
De mensen die hebben dat eens goed bekeken,
dat is uit hun verdere gedrag wel gebleken.
Nee heus, ze zijn niet met hun huizen gaan sjouwen,
ook zijn ze geen slakkenhuizen gaan bouwen,
ze trekken hun huis gewoon achter zich an
en noemen dat reizen met de caravan.
Er resten ons nog een tweetal rijmvormen. De eerste is het gelijk rijm.
Bij deze rijmvorm zijn behalve de klinkers ook de medeklinkers gelijk.
Bijvoorbeeld bij een letterlijk of figuurlijk gebruik van een zelfde woord.
De heer dronk wijn
zo uit de kan
en werd zo dronken
als maar kan
De kippen in het kippenhok
zongen een kakelvers.
De boer die om de eieren kwam
zei; "die zijn kakelvers!"
De laatste rijmvorm is DE LIMMERICK. Deze dichtvorm, naar men zegt
ontstaan in het plaatsje Limmerick in Schotland, kenmerkt zich door de
ogenschijnlijk simpele en losse vorm. Toch is zij gebonden aan een
zeer strak rijmschema en wel a.a.b.b.a verder is een persoon het onderwerp
en is het laatste woord van de eerste regel een plaatsnaam. De volgende
moeilijkheid is dan nog dat het aantal lettergrepen per regel eveneens
vastligt en wel alsvolgt 9-(10)-5(6)-6(5)-9 -Echte Limmericks werden
meestal in groepsverband gemaakt, waarbij telkens een andere persoon
een volgende zin maakte. De volgende Limmerick kwam zo tot stand.
Een jager in het woud bij Brindisi,
die dronk bij de jacht een fles wiskey.
Normaal schoot ie raak
op een duppie of knaak,
maar nu na een borreltje, mist ie.
Denkt u nu niet, wat een flauwe kul werk, want ook deze vorm van dichten
kent talrijke serieuze beoefenaars en onder hen zijn de grootste dichters
van deze eeuw.
Nu nog even iets over de Terzine. Dit is een drieregelig rijm met als
rijmschema
a-b-a en maakt, zoals u reeds hebt gezien, een vast deel uit van het Sonnet.
Datzelfde geldt voor het Kwatrijn (quatre, het Franse woord voor vier). Een
vier-
regelig gedicht of vier regelige strofe (deel van een gedicht.). Naast het
gebruik
van de kwatrijnen in het Sonnet wordt deze dichtvorm wordt o.a. ook gebruikt
bij het maken van filosofische werkrijmen, satires en puntdichten. De
dichtvorm
is vrij strak te noemen.
Puntdicht of Epigram. Deze dichtvorm brengt op puntige wijze een bepaalde
gedachte tot uitdrukking . De rijmvorm is a.b.b.a. , althans in zijn strikte
vorm.
In vrije vorm wordt ook het schema a.b.a.b. geaccepteerd. De volgende
gedichten zijn puntdichten.
PUNT< KOMMA.
Ik vond het was een komma,
of zelfs een punt misschien.
Het kan ook, het was beiden;
dat moet u zelf maar zien.
punt
HET VERSCHIL
Men zegt; wie jong en sterk is
moet voor zijn eten werken.
maar als je oud bent; hier is soep
om lekker aan te sterken.
Tenslotte een gedicht in een vrije rijmvorm, Hier geen rijmende regels, maar
uitsluitend het rijmen van de laatste regels der drie strofen
WINTERNACHT
De sneeuw ligt als een wollen deken.
Bij het Leger des Heils brandt een zwerfster
haar "poten" aan de hete soep.
In de stal balkt een ezel,
hij verrekt van de honger in de Kerstnacht!
Een vagebond verkoopt stadskrantjes.
In de hoerenbuurt is het druk,
hemelse liefde à raison van vijftig gulden.
In de stal balkt de ezel nog steeds,
dol van de zevenklappers in de Oudejaarsnacht!
De sneeuw ligt als een grauwe paardendeken.
Wensen en goede voornemens zijn gevallen
als de bonte herfstbladeren.
In de stal is het gebalk van de ezel verstomd,
bij het gehuil van honderdduizend
hongerige kinderen in de winternacht!
HET RITME
Wat vaak vergeten wordt , maar toch
even belangrijk is als het rijm
woord is het ritme van het gedicht. Ontbreekt dat, dan kunnen we
het gedicht beschouwen als het bekende Sint Nicolaasgedicht.
Het ritme zorgt voor de regelmaat in de tekst, in de alinea en
de strofen. Het is daarom niet vreemd dat er dichters, zelf hele
bekende , zijn die de woorden en lettergrepen van iedere
regel tellen om er zeker van te zijn dat het onderlinge verband ver-
zekerd is. Weer anderen controleren het ritme door een melodie
te bedenken en die strikt in iedere strofe (couplet) te handhaven.
Daarom zijn de meeste liedteksten echte gedichten. Ze voldoen aan
de meest elementaire eisen: rijm en ritme. Vaak zijn zelfs de meest
stomme songs staaltjes van literaire perfectie, hetgeen lang niet
altijd van alle amateurrijmpjes kan worden gezegd.
RIJM OF ATONAAL?
Dat is een keus die iedere dichter
voor zich moet maken. Geen mens
kan zeggen welke van deze twee literaire vormen zaligmakend is.
Van Jan
Huijsen verschenen eerder de bundels:
Elf in een dozijn
Echo van kleine gebeurtenissen
Noachs ark + CD
De toren van Babel + CD
Tevens verschenen de klein-bundeltjes:
Ter kennismaking
Zo zijn kinderen
Sorry, dat ik kom binnenvallen
Zo maar wat versjes
Als de dokter nog even bezig is
Samen op de koffie
Jan Huijsen leest
op verzoek voor uit eigen werk en uit het werk van de
onder de ouderen zeer bekende dichter Clinge Doorenbos.
Deze sessies die gehouden worden onder de titel: ‘’ Herkent u ze nog’’
zijn in principe gratis, zij het met de aantekening dat wel de strikte
reiskosten in rekening worden gebracht.
Wilt u, als activiteitenleiders(sters) van een bejaardencentrum, een
verzorgingstehuis, wijk- of buurtcentrum of oudercommissie van
een school een koffie- thee- of zomaar een bijeenkomst met de
dichter organiseren neemt u dan contact op met
de onderstaande verbindingen.
Nog even te uwer informatie: Veel ouderen hebben dierbare herinneringen
aan deze beide dichters, dus vrolijke gezichten zijn verzekerd.
Voor inlichtingen
mailto:info@clingedoorenbos.nl
|
|